De Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen heeft recent een wetenschappelijk onderbouwd werkdocument gepubliceerd over tong- en lipriemen bij zuigelingen. Aanleiding is de onrust die rondom dit onderwerp is ontstaan. Er zijn signalen van mogelijke overdiagnostiek en overbehandeling, terwijl zorgprofessionals soms verschillende adviezen geven. Dit kan leiden tot onzekerheid bij ouders. Het werkdocument biedt handvatten voor zorgvuldige beoordeling en begeleiding.
Functie belangrijker dan uiterlijk
De tongriem is het weefsel dat de tong met de mondbodem verbindt. Een zichtbare korte tongriem betekent niet automatisch dat er sprake is van een functionele beperking. Een eventuele behandeling moet daarom altijd gebaseerd zijn op aantoonbare functieproblemen, bijvoorbeeld bij borstvoeding.
Bij voedingsproblemen is het belangrijk om breed te kijken: een goede anamnese, zorgvuldig mondonderzoek en een voedingsobservatie door een deskundige professional leveren vaak al waardevolle inzichten op. In veel gevallen kunnen klachten verminderen met gerichte begeleiding, bijvoorbeeld door aanpassingen in houding en drinktechniek.
Tijd en herbeoordeling spelen een belangrijke rol
Bij jonge zuigelingen kunnen bevindingen snel veranderen. Bindweefselstructuren zijn flexibel en kunnen zich ontwikkelen. Daarom is het belangrijk om ruimte te nemen voor herbeoordeling en spontane verbetering mee te wegen in de besluitvorming.
Onderzoek laat zien dat het klieven van een tongriem op korte termijn verlichting kan geven bij tepelpijn bij de moeder. Er is echter geen overtuigend bewijs dat deze ingreep leidt tot langdurig betere borstvoedingsduur of gewichtstoename van het kind.
Zorgvuldige afweging en goede informatie voor ouders
Voorafgaand aan een eventuele ingreep is goede informatie aan ouders essentieel (informed consent). Elke medische behandeling kent risico’s. Extra begeleiding door een lactatiekundige gericht op verbetering van de drinktechniek is veilig en kan vaak al veel verschil maken.
Over nabehandeling na het klieven bestaat geen eenduidige consensus. Frequent aanleggen of laten zuigen lijkt de meest kindvriendelijke en praktisch haalbare aanpak om opnieuw vastgroeien te voorkomen. Voor andere vormen van nabehandeling, zoals wondmassage, is geen overtuigend bewijs en deze kunnen mogelijk zelfs nadelige effecten hebben.
Er is bovendien geen onderbouwing voor het preventief klieven van een tongriem om latere spraak- of taalproblemen te voorkomen. Ook voor het klieven van een lipriem — vaak tegelijk uitgevoerd — ontbreekt duidelijk bewijs, bijvoorbeeld om een spleetje tussen de voortanden te voorkomen.
Ontwikkelingen rond vergoeding van lactatiekundige zorg
Lactatiekundige zorg valt op dit moment nog niet onder het basispakket van de zorgverzekering. Ouders maken hiervoor vaak zelf kosten, terwijl het klieven door tandartsen, KNO-artsen en kaakchirurgen meestal wél wordt vergoed.
Het Zorginstituut Nederland heeft inmiddels gesignaleerd dat het aantal aanvragen voor vergoeding van het klieven van tongriemen stijgt en onderzoekt de toegankelijkheid van borstvoedingszorg. Mogelijk leidt dit in de toekomst tot vergoeding van lactatiekundige zorg na verwijzing door een verloskundige of arts.
De Landelijke Borstvoedingsraad pleit al langer voor opname van lactatiekundige zorg in het basispakket én voor structurele inzet van lactatiekundigen binnen JGZ-organisaties. Dit kan bijdragen aan goede begeleiding bij normale borstvoedingssituaties en ondersteuning bij complexere vragen.
Meer informatie
- Bekijk het werkdocument
- Lees meer over borstvoeding in de jeugdgezondheidszorg