Onderzoek

Onderzoek en de jeugdgezondheidszorg

Onderzoek is een belangrijk onderdeel van de gezondheidszorg. Het draagt bij aan het vakmanschap van de jeugdarts. Ook vanuit de jeugdgezondheidszorg wordt onderzoek verricht. Bijvoorbeeld naar interventies en naar de ontwikkelingen in de populatie.  

Onderzoek tijdens opleiding

Wetenschappelijke stage tijdens de geneeskunde opleiding

Tijdens de wetenschappelijke stage van de geneeskunde opleiding is het mogelijk om onderzoek te doen naar de jeugdgezondheid. De mogelijkheden wisselen per universiteit. Vraag naar de mogelijkheden bij de opleiders publieke gezondheid, jeugdgezondheidszorg of sociale geneeskunde. Ook de lokale GGD heeft mogelijk plek voor een wetenschappelijke stage.

Opleiding Arts M+G tweede fase

In de tweede fase van de opleiding Arts M+G wordt wetenschappelijk onderzoek verricht in samenwerking met een vakgroep sociale geneeskunde. 

Promoveren 

Tijdens de opleiding tot Arts M+G tweede fase is het ook mogelijk voor een aantal om te promoveren. Zij hebben een aangepast opleidingsschema, zodat zij de opleiding en promoveren kunnen combineren. 

Onderzoek als jeugdarts

Tijdens het werk als jeugdarts kun je onderzoek doen. Dit is ook vaak afhankelijk van de werkgever. Mogelijk heeft de werkgever een speciale onderzoeksafdeling. Soms is het ook mogelijk om aan te haken bij een onderzoek bij een andere GGD. universiteiten en kennisinstituten zoals TNO, NJi en het RIVM doen ook onderzoeken over onderwerpen die van belang zijn voor de JGZ. 

Ben je op zoek naar iemand die mee wil denken met jouw onderzoek, neem dan contact op met de wetenschappelijke commissie

Prijzen voor wetenschappelijk onderzoek voor de JGZ

     Dr A.J. Swaakprijs 

De dr. A.J. Swaakprijs beoogt de kwaliteit van de JGZ in Nederland een stimulans te geven. De prijs wordt sinds 1987 tweejaarlijks uitgereikt op voordracht van een commissie van deskundigen. Gelet wordt op het wetenschappelijk niveau en op de toepasbaarheid in de praktijk van de JGZ. Individuele personen, groepen of instellingen die zich op een bijzondere manier hebben ingezet om de JGZ in Nederland op een hoger plan te brengen kunnen voor deze prijs in aanmerking komen. Het betreft een oeuvre of onderzoeken, die betrekking hebben op de leeftijdsgroep 0-18 jarigen en die een preventief en/of gezondheid bevorderend aspect in zich dragen. De prijs is een geldbedrag. 

De Dr. Swaakprijs is naar de volgende inzenders gegaan: 

2022: Geen uitreiking 

2020: Magda Boere-Boonenkamp voor haar werk en inzet. 

2018: geen uitreiking 

2016: Frans Pijpers voor zijn werk en inzet voor de gezonde ontwikkeling van het kind en zijn speciale aandacht voor schoolgezondheidsbeleid en gezondheidsbevordering. 

2014: Meinou Theunissen voor haar proefschrift over de kwaliteit van de vroegopsporing van psychosociale problemen bij jonge kinderen.

2012: Helma Ruijs voor haar proefschrift ‘Acceptance of Vaccination among Orthodox Protestants in the Netherlands’. 

     Flora van Laarprijs 

JGZ-medewerkers die vernieuwend onderzoek hebben verricht, kunnen kandidaat gesteld worden voor de Flora van Laarprijs. Ook een baanbrekende innovatieve activiteit op het terrein van de jeugdgezondheidszorg kan voor de prijs in aanmerking komen. De prijs wordt tweejaarlijks  uitgereikt en bestaat uit een beeldje en een geldbedrag. Flora van Laar (1925-2001) was jarenlang cursusleider jeugdgezondheidszorg in Leiden. Zij droeg zorg voor een gedegen wetenschappelijke opleiding van jeugdartsen en stimuleerde haar cursisten om goed en vernieuwend onderzoek op te zetten. 

De Flora van Laarprijs ging  naar de volgende inzenders: 

2021: Janine Benjamins richtte haar onderzoek op de effecten van transparantie en gezamenlijke dossiervoering; op de regie die ouders en jongeren ervaren en op de samenwerking met andere zorgverlenende organisaties. 

2019: Frans Feron voor zijn werk en inzet en speciale aandacht voor het kwetsbare kind. 

2017: Marie-Jose Theunissen voor haar onderzoek naar vroegtijdig school verlaters: ‘Stay in or drop out‘. 

2015: Mascha Kamphuis voor haar werk en inzet voor de JGZ-richtlijnen. 

2013: Yvonne Vanneste voor de landelijke handreiking ‘Snel terug naar school is veel beter’ en de ontwikkeling van de interventie M@ZL. 

2011: Carin Rots voor haar onderzoek naar armoede en de rol van de JGZ: ‘Rich evidence for poor families’. 

2009: Geen uitreiking 

2007: R. Bouma voor haar project ‘Piep zei de muis’, gericht op jonge kinderen (4‐8 jaar) van ouders met psychosociale, psychische en verslavingsproblemen. 

2005: Catelijne Wierenga‐van der Hoeven voor haar scriptie ‘Protocollering binnen de JGZ: bedplassen’ binnen de opleiding tot jeugdarts. 

2003: Judith Aerdts voor haar project ‘No-Limits, pesten: waarom zou je?’, een onderzoek naar en ontwikkeling van een interventie-instrument voor de ondersteuning bij een pestproject op school.