Home > Nieuws > Nieuws vak > Maak onderscheid tussen kindermishandeling en -verwaarlozing

Kindermishandeling en –verwaarlozing worden vaak gezien als een en hetzelfde probleem. Soms kan het echter nuttig zijn om ze uit elkaar te trekken, om op die manier meer inzicht te krijgen in de karakteristieken van beide fenomenen. Dat laat pedagoge Renate Buisman zien in haar proefschrift. Ze is hierop op 28 mei gepromoveerd.

Samen met een multidisciplinair team van onderzoekers onderwierp Buisman 395 proefpersonen uit 63 families aan verschillende taken en experimenten. Deze families bestonden uit meerdere generaties. De taken werden dan ook tweemaal uitgevoerd: eenmaal met het gezin waarin iemand is opgegroeid, en eenmaal met het gezin dat iemand op latere leeftijd heeft gesticht. Daardoor kon Buisman niet alleen onderzoeken hoe ouders met hun kinderen omgaan, maar dus ook in hoeverre opvoeding wordt  overgedragen op volgende generaties.

Twee afzonderlijke fenomenen

Uit onderzoek van Buisman blijkt dat het verstandig kan zijn om mishandeling en verwaarlozing als twee afzonderlijke fenomenen te onderzoeken. Uit haar onderzoek blijkt namelijk dat deze twee subtypen van kindermishandeling verschillend samenhangen met de manier waarop de voormalige slachtoffers later zélf met hun kinderen omgaan.

Gevolgen kindermishandeling

Zo ontdekte Buisman in haar promotieonderzoek bijvoorbeeld dat slachtoffers van kindermishandeling later significant vaker op een negatieve manier omgaan met hun eigen kinderen. Sterker nog: hoe meer mishandeling zij in hun jeugd hadden meegemaakt, hoe negatiever zij zich uitten tegenover hun kinderen. Buisman vond bovendien ‘intergenerationele overdracht’ van kindermishandeling: de slachtoffers hadden een significant grotere kans om later in het leven daders te worden.

Slachtoffers van verwaarlozing niet negatiever

Slachtoffers van verwaarlozing gedroegen zich later in het leven niet negatiever richting hun eigen kroost. Wel vond Buisman dat het autonome zenuwstelsel van deze ouders vaker hyperreactief was in rust en in potentieel stressvolle opvoedingssituaties, wat onder meer te merken was aan een verhoogde hartslag en verlaagde hartslagvariabiliteit. Dit zou kunnen betekenen dat de regulatie van het autonoom zenuwstelsel vaker verstoord is bij mensen die verwaarlozing hebben ervaren in hun kindertijd. Ook hier vond Buisman een verband tussen slachtofferschap en daderschap van verwaarlozing, maar dit verband leek minder sterk dan bij mishandeling.

Bron: Universiteit Leiden