Home > Nieuws > Nieuws AJN > Jongeren met diabetes hebben ernstigere emotionele problemen

Diabetes kan het leven van jongeren flink in de war gooien. Terwijl het lichaam verandert en ze de vrijheid opzoeken, vereist de diabetes dat ze gedisciplineerd leven. Voor haar promotie onderzocht Linh Nguyen, onderzoeker bij Tilburg University, of deze jongeren meer emotionele problemen hebben.

De tienerjaren zijn roerig. Het lichaam van jongeren verandert, ze zetten zich af tegen ouders, krijgen nieuwe vrienden en ontwikkelen een eigen identiteit. Alsof dat nog niet verwarrend en moeilijk genoeg is, hebben sommigen ook nog eens diabetes. Onder jongeren is dat vaak diabetes type 1.

Een tiener wil uitslapen, friet en pizza eten, met vrienden afspreken en series bingen. Maar de diabetes eist dat er gedisciplineerd wordt geleefd: gezond eten, op tijd naar en uit bed en geregeld de bloedsuikerspiegel controleren om zo nodig insuline bij te spuiten. Door de diabetes kunnen ze bovendien vermoeid raken, misselijk zijn of zich bijvoorbeeld slecht concentreren.

Het wringt. Eén op de vijf adolescenten ontwikkelt een psychische stoornis, vaak een angst- of stemmingsstoornis. Uit onderzoek blijkt dat jongeren met diabetes een verhoogd risico lopen zo’n stoornis te ontwikkelen.

Promotieonderzoek

In 2014 begon Linh Nguyen aan Tilburg University aan een promotieonderzoek. De studies waaruit blijkt dat deze jongeren vaker last hebben van psychische stoornissen, waren namelijk verouderd. En soms wel erg klein van opzet.

In de afgelopen decennia is het bovendien wat praktischer geworden om met de ziekte te leven. Insuline hoeft niet altijd meer toegediend te worden met een insulinepen, dat kan tegenwoordig met een pomp. En er zijn sensoren om de bloedsuiker te meten, in plaats van meerdere keren per dag in een vinger te moeten prikken.

Relevante factoren

Nguyen wilde in beeld brengen hoe groot de problemen op emotioneel gebied nog zijn. Ze keek niet alleen naar de ziekte maar naar meerdere relevante factoren. Om een totaalplaatje te krijgen. “Het biologische is belangrijk, maar hoe iemand in z’n vel zit is dat ook. Een jongere staat op zichzelf, maar bevindt zich ook in een systeem. Je wil de ouders meenemen.” Zij spelen vaak een belangrijke rol in het omgaan met de ziekte.

Het lijkt erop dat deze jongeren toch vaker last hebben van deze stoornissen. Kanttekening is wel dat er geen controlegroep was. Duidelijk werd wel dat de stress, die bij diabetes komt kijken, in verband staat met ernstigere angst- en depressiesymptomen. Iemand die al minder goed in zijn vel zit, kan meer moeite hebben om met diabetes om te gaan, of andersom. Terwijl dat niet altijd wordt opgemerkt.

Rol van de ouders

Het ging Nguyen niet alleen om de jongere en diens problemen. Ook de omgeving is belangrijk, vermoedde ze. Ouders voorop, omdat zij hun kinderen bijstaan. Ze vroeg zich af wat er zou gebeuren als de ouders zelf last hebben van emotionele stress, en hun rol mogelijk minder goed vervullen. Gaat het bij de jongeren dan ook mis?

Nguyen verwachtte dat er een duidelijk verband zou zijn. “In de literatuur zie je dat kinderen van moeders met een psychiatrische stoornis een verhoogd risico lopen om ook een stoornis te ontwikkelen.” Maar voor zo’n verband vindt ze geen bewijs. “Adolescenten lijken weerbaar te zijn.” Hoe en waarom ze toch overeind blijven als steunpilaren beginnen te zwalken? Dat zou in toekomstig onderzoek bestudeerd kunnen worden.

Rol van glucose variabiliteit

Dan restte nog de vraag of biologische factoren invloed hebben op de geestelijke gesteldheid van jongeren. Nguyen keek naar de glucose variabiliteit, een relatief nieuwe uitkomstmaat als aanvulling op het HbA1c . Het antwoord luidt wederom ontkennend. Nguyen vindt geen verband. Het brengt haar al op een idee voor vervolgonderzoek. Nu heeft ze gekeken hoe groot de schommelingen zijn. “Ik zou wel willen onderzoeken of het uitmaakt hoe lang de waardes hoog en laag zijn.”

Beter dan gedacht

De rode draad in Nguyens onderzoek is dat het met deze jongeren beter gaat dan gedacht. “Dat is positief.” Toch blijft het volgens haar belangrijk er onderzoek naar te doen: “Het is altijd de vraag of iets er niet is, of dat we het niet gevonden hebben. Het blijft een kwetsbare groep, en iedere jongere die niet goed in zijn vel zit is er één te veel.”

Bron: Tilburg University