Home > Nieuws > Nieuws vak > Integrale Vroeghulp zonder arts: laat het niet gebeuren

Medische blik is onmisbaar bij vroege integrale hulp aan jonge kinderen

Bij de inrichting van de Integrale Vroeghulp denken sommige gemeenten het kernteam te kunnen opstarten zonder arts. Daardoor ontstaat het risico dat medische oorzaken van gedragsen ontwikkelingsproblemen over het hoofd worden gezien. Gemeenten, laat dit niet gebeuren, want hier worden kinderen en ouders de dupe van. Jeugdartsen, kaart dit aan en zet jullie expertise in voor het Integrale Vroeghulpteam. Aldus Wilma Hϋpscher, jeugdarts GGD regio Utrecht en coördinator Integrale Vroeghulp IJsselstein.

Wat is Integrale Vroeghulp?
Een Integrale Vroeghulp (IVH) team helpt ouders van jonge kinderen (0-7 jaar) met (mogelijk) meervoudige gedrags- of ontwikkelingsproblemen. Volgens een gestructureerde aanpak worden ouder en kind geholpen bij het vinden vanpassende diagnostiek of ondersteuning. Een trajectbegeleider maakt thuis kennis met het gezin, verzamelt informatie over het kind en staat ouders bij. In een multidisciplinaire bespreking door een “kernteam” krijgen ouders adviezen van een arts en gedragsdeskundigen die allen gespecialiseerd zijn in het jonge kind. De arts heeft ook een rol als verwijzer. Er kan medische of psychiatrische diagnostiek of behandeling nodig zijn, ontwikkelingsstimulering, passende dagopvang of onderwijs, opvoedkundige hulp of gezinsondersteuning. Het is vaak een zoektocht vol dilemma’s. Ondersteuning hierbij wordt door ouders belangrijk gevonden en zeer gewaardeerd.

Voorgeschiedenis
Sinds de transitie jeugdzorg in 2015 zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor het
waarborgen van deskundige integrale toeleiding naar zorg en jeugdhulp.
Dit heeft geleid tot verschillende aanpakken in het land, waaronder varianten zonder medische expertise aan tafel. Dit laatste is een probleem, want bij jonge kinderen zijn ontwikkeling, gedrag en gezondheid nauw met elkaar verweven,

Zonder arts is het plaatje niet compleet
Uit gezondheidsregistraties blijkt dat het aantal kinderen met een beperking eerder
toeneemt dan afneemt. Bij gedrags- of ontwikkelingsproblemen van een ogenschijnlijk gezond kind er wel degelijk sprake kan zijn van een onderliggende (genetische) aandoening, syndroom of stofwisselingsziekte. En bepaalde ziekten die van invloed kunnen zijn op gedrag of
ontwikkeling komen juist op jonge leeftijd veel voor, zoals keel-neus-oorproblemen, obstipatie,
astma en eczeem.

Wanneer gedragsdeskundige expertise niet hand in hand gaat met medische expertise, ontstaat een onvolledig beeld. Gezondheidsproblemen worden dan niet voldoende meegenomen in de advisering, met als gevolg onjuiste of onvolledige hulp. Problemen blijven bestaan of verergeren. Ouders en kinderen worden hier de dupe van.
Een jeugdarts inhuren lijkt mogelijk duur voor de gemeente, maar het inzetten van niet passende zorg is uiteindelijk veel duurder.

Lees hier het hele artikel van Wilma Hüpscher