Home > Nieuws > Nieuws vak > Identiteitsbeleving en gevoelens van binding van jongeren met een migratieachtergrond

In deze studie heeft Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) exploratief kwalitatief onderzoek gedaan naar de betekenis van binding met de Nederlandse samenleving van jongeren met een migratieachtergrond door aandacht te besteden aan de identiteitsbeleving van jongeren met een migratieachtergrond uit de leeftijdscategorie van 16-24 jaar van de tweede en derde generatie.

De empirische basis voor deze studie bestaat uit 33 individuele interviews en twee focusgroepen. In totaal zijn 52 respondenten gesproken.

Resultaten
De resultaten van deze studie laten zien dat de zoektocht naar de eigen identiteit bewuster invulling krijgt naarmate de jongeren ouder zijn. Dit uit zich bij jongeren door na te denken over de eigen etnische achtergrond, met wie of wat ze bindingen hebben, wat dit voor hen betekent en hoe zij hiermee omgaan. Jongeren gaan op zoek naar mensen die gedeelde ervaringen hebben, van wie de leefstijl dichtbij staat en met wie ze persoonlijk een klik
hebben.

Nederlandse taal
De Nederlandse taal heeft een belangrijke plek in het leven van jongeren. Vaak spreken zij het Nederlands veel beter dan de taal van het land van herkomst en is de omgeving waarin Nederlands wordt gesproken vertrouwd. Dat heeft een positieve impact op het thuisgevoel voor jongeren. Jongeren voelen zich in het middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs vaker minder thuis dan op de basisschool en de middelbare school, ook doordat de studenten- en docentenpopulaties binnen de opleiding minder divers zijn.

Thuisgevoel
Het thuisgevoel van jongeren heeft een meervoudig karakter. Nederland wordt als thuis beschouwd, met de eigen sociale groep als belangrijke emotionele en praktische steunpilaar. Ook het land van herkomst voelt als thuis, maar dan eerder in termen van familiegeschiedenis en roots. Per context kan het verschillen of iemand zich sterker identificeert met de etnische achtergrond, het Nederlands-zijn of juist met de religieuze achtergrond.

Hoewel veel jongeren de opvoeding als positief en liefdevol hebben ervaren, zijn ouders niet of nauwelijks in staat hen te begeleiden in hun zoektocht naar een eigen identiteit. De leefwerelden staan op afstand en ouders weten niet altijd goed om te gaan met de wereld buiten de eigen referentiekaders, zowel in de online als de offline wereld. Jongeren leren door trial and error hoe ze zich moeten verhouden tot de verschillende sociale domeinen zoals thuis, school, werk of publiek domein en missen in het navigeren tussen verschillende leefwerelden de nodige ondersteuning. Deze ondersteuning vinden ze soms bij oudere zussen of broers, kennissen of jeugd- en onderwijsprofessionals die als rolmodel dienen.

Religie
Voor de gelovige jongeren is religie een belangrijke identitymarker. Veel jongeren die er nu nog weinig mee doen of het idee hebben dat ze vanuit de opvoeding relatief weinig kennis over religie hebben meegekregen, zijn inmiddels bewust bezig met religie, of willen daar graag in de toekomst meer mee doen. Hun zoektocht betreft onder meer de vraag hoe zij in hun dagelijks leven in de Nederlandse context invulling kunnen geven aan het geloof, mede getriggerd door anti-geloof (en dan met name anti-islam) sentimenten in een samenleving die voor een groot deel gestoeldis op seculiere waarden.

Rol voor professionals
Bij jongeren van de tweede en derde generatie is sprake van meervoudige bindingen in het dagelijks leven, die samenhangen met hun hybride identiteitsbeleving.
Met name in de verbinding van de verschillende leefwerelden lijkt nog een belangrijke begeleidende rol weggelegd voor onderwijs-, opvoed- en jeugdprofessionals, die een positieve eigen identiteit bij jongeren kunnen stimuleren.

Lees het volledige rapport “Geboren en getogen”.