Home > Vakinhoudelijk > Jeugdarts en onderzoek

Onderzoek draagt bij aan de onderbouwing van de JGZ praktijk: Doen we de juiste dingen? En doen we de dingen die we doen goed?

Welke nieuwe interventies kunnen de kwaliteit van de JGZ verhogen? Jeugdartsen en artsen M&G jeugd kunnen op verschillende manieren bijdragen aan onderzoek op het terrein van de JGZ. Op deze pagina vind je meer informatie over o.a. lopend onderzoek, onderzoek doen binnen de opleiding, jeugdartsen actief in onderzoek, handige links. Laat je inspireren! Voor vragen meer informatie kun je ook contact opnemen met de Wetenschappelijke Commissie van de AJN.

 

Academische Werkplaatsen

Veel onderzoek over de jeugd vindt tegenwoordig plaats binnen een Academische Werkplaats (AW). Binnen een AW werken praktijk, onderzoek, beleid en opleidingen samen aan onderzoek dat gebaseerd is op vragen uit de praktijk en waarvan de resultaten de praktijk moeten kunnen versterken. Een AW heeft vaak zowel grote, langlopende projecten als de zogeheten “Klein-en-fijn” projecten. De AW’s worden gefinancierd door ZonMW.

Uitgebreide informatie over de verschillende Academische Werkplaatsen in het land is te vinden via de website van ZonMW . Bij Jeugdartsen actief in onderzoek vind je ook voorbeelden van jeugdartsen die werkzaam zijn binnen een AW.

 

Universiteiten en kennisinstituten

Onderzoek over onderwerpen die van belang zijn voor de JGZ wordt ook uitgevoerd door universiteiten en kennisinstituten als TNO, het NJI (Nederlands Jeugdinstituut) en het RIVM (Centrum Voeding, Preventie en Zorg).  Het NJI houdt databanken bij van erkende jeugdinterventies, instrumenten en richtlijnen.

 

Opleiding & Onderzoek

Op verschillende momenten in het opleidingstraject is het mogelijk om onderzoek te doen op onderwerpen gerelateerd aan de JGZ.

Wetenschappelijke stage tijdens de basisopleiding

De duur van de wetenschappelijke stage in de geneeskunde opleiding varieert per universiteit in Nederland en is minimaal drie maanden. Begeleiding kan plaatsvinden door b.v. een promovendus (jeugdarts) of een staflid van de afdeling public Health of sociale geneeskunde een onderzoek uit (jeugdarts/arts M&G profiel jeugd). Er zijn verschillende vormen van onderzoek mogelijk, voorbeelden zijn een kwalitatieve studie op het gebied van ethiek en recht rondom vroeggeboorte, een kwantitatieve epidemiologische studie naar vitamine D suppletie of een interventiestudie naar het invoeren van een landelijk nieuwkomersonderzoek jeugd in de jeugdgezondheidszorg.        

Onderzoek als onderdeel van de opleiding eerste en tweede fase Arts M&G

 

Jeugdartsen actief in onderzoek

Promovendi-groep
Promovendi in de jeugdgezondheidszorg zijn vaak “buitenpromovendi”. Dat betekent dat men niet meedoet met promovendinetwerken van een universiteit. Vaak is er dus weinig contact met andere promovendi. Zowel buitenpromovendi als promovendi die binnen een universiteit op een JGZ-thema promoveren, kunnen behoefte hebben aan contacten met mede promovendi. De indruk is dat er behoefte is aan contact met jeugdartsen/verpleegkundigen in dezelfde positie en vakgebied. Een promovendikring kan een plek zijn voor “sparren” en delen van problemen en knelpunten, die men tegenkomt als promovendus. In deze kring kunnen promovendi baat hebben van elkaars ervaringen. Omdat promovendi binnen ons vakgebied vaak verspreidt en geïsoleerd werken, zal ook het delen op vakinhoudelijk gebied een meerwaarde hebben.

De kring is bedoeld voor promovendi in de jeugdgezondheidszorg, dus veelal jeugdartsen, artsen M&G en jeugdverpleegkundigen. Het plan is om als groep van ca 8 promovendi en een enkele al gepromoveerde jeugdarts een paar keer per jaar samen te komen.

 

Toegang wetenschappelijke literatuur

Bij het zoeken naar wetenschappelijke informatie maak je bij voorkeur gebruik van artikelen uit peer reviewed tijdschriften en/of boeken gepubliceerd door wetenschappelijke uitgeverijen.

Het zoeken naar wetenschappelijke artikelen kan via algemene en vakspecifieke databanken. Hier vind je de bibliografische gegevens van een artikel en vaak ook de samenvatting. Niet alle databanken zijn vrij doorzoekbaar. Via de server van een universiteit zijn deze meestal wel toegankelijk, maar om gebruik te maken van de server moet je student of personeelslid zijn. Hetzelfde geldt voor toegang tot de volledige tekst (full-text) van een artikel. Om deze toch te kunnen inzien kan je wellicht via collega’s of misschien ken je iemand die verbonden is aan een universiteit of academische werkplaats toch toegang krijgen.

Lees hier meer over het bepalen van de relevantie en wetenschappelijkheid van diverse bronnen.

Veelgebruikte vrij toegankelijke databases:

  • PubMed – NCBI  (beperkt deel van de full-text artikelen vrij toegankelijk)
  • Sciencedirect  (meeste full-text artikelen niet toegankelijk)

Veelgebruikte betaalde databases (meestal toegankelijk via een universiteit):

Tips and trics

Hieronder vindt je tips en trics die je kunnen ondersteunen bij het doen van wetenschappelijk onderzoek.

  • Youtube bevat veel toelichtende filmpjes over o.a. het werken en analyseren met SPSS
  • Nieuwe trend is dat universiteiten gratis online onderwijs gaan aanbieden, zie b.v. HIER
  • Mint-cursus
  • Zoek uitwisseling via de promovendi-groep
  • Boekentips:
    • Handboek buitenpromoveren, Floor Basten en Kerstin van Tiggelen
    • Promoveren doe je zo, Tielbeek
    • Medical statistics made easy, Harris and Taylor
    • Statistiek in woorden, Slotboom
    • SPSS met syntax, Manfred te Grotenhuis & Chris Visscher

 

Data uit het DD & Basisdataset

Na ieder contact met een jeugdige en/of zijn ouders noteert de jeugdarts, jeugdverpleegkundige of assistente de relevante bevindingen in het dossier. Om deze vastlegging te standaardiseren is de Basisdataset (BDS) JGZ ontwikkeld, welke aangeeft wat op welke wijze genoteerd moet worden. De BDS is opgenomen in de verschillende dossier-applicaties die in de JGZ gebruikt worden. Door gestandaardiseerd te registreren, kunnen dossiers overgedragen worden, zodat zorg gecontinueerd kan worden – en daarmee ook de registratie. Het is verplicht om gebruik te maken van de BDS, indien de BDS dit ondersteunt, maar het is niet verplicht om op elk element te registreren.

Inmiddels wordt de BDS geoptimaliseerd door een groep experts uit het veld. Er is een beoordelingskader opgesteld, waar elk BDS-element langs wordt gelegd. Op die manier wordt bepaald welke elementen in de veranderende JGZ nodig zijn om de ontwikkeling en gezondheid van een kind goed te kunnen (blijven) monitoren. Tevens wordt aan de hand van het beoordelingskader bepaald op welke manier een benodigd element geregistreerd moet worden; als keuzelijst of als vrije tekst. De registratie is primair bedoeld voor de zorg voor het individuele kind. Een expliciete toevoeging in de optimalisatie is dat daarnaast registratie plaatsvindt voor rapportages en geaggregeerde gegevens, waarbij duidelijk moet zijn dat de eventuele extra registratielast en extra kosten op moeten wegen tegen het belang van de rapportage. Deze geaggregeerde gegevens vormen een unieke bron voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in de JGZ.

 

 

Flora van Laarprijs

JGZ-medewerkers die vernieuwend onderzoek hebben verricht, kunnen kandidaat gesteld worden voor de Flora van Laar prijs. Ook een baanbrekende innovatieve activiteit op het terrein van de jeugdgezondheidszorg kan voor de prijs in aanmerking komen. De prijs wordt om de twee jaar uitgereikt en bestaat uit een beeldje en een geldbedrag. De voormalige NVJG (Nederlandse Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg) – nu de AJN – heeft in 2000 de Stichting Flora van Laar Fonds opgericht. Doel van de stichting is het stimuleren van talent en van vernieuwend onderzoek op het terrein van de Jeugdgezondheidszorg. Flora van Laar (1925-2001) was jarenlang cursusleider jeugdgezondheidszorg in Leiden. Zij droeg zorg voor een gedegen wetenschappelijke opleiding van jeugdartsen en stimuleerde haar cursisten om goed en vernieuwend onderzoek op te zetten.

De  Flora  van  Laarprijs  is  naar  de  volgende  inzenders  gegaan

2015 Mascha Kamphuis
 Ze heeft de ontvangen prijs voor haar vele werkzaamheden voor de totstandkoming van en scholing en presentatie rondom richtlijnen. Zie ook Mascha Kamphuis wint Flora van Laarprijs 2015! 
2013 Yvonne van Neste
 De  Landelijke  handreiking  ‘Snel  terug  naar  school  is  veel  beter’  heeft  ze  in  opdracht  van  de  AJN  en  samen  met  een  projectgroep  ontwikkeld.  Naast  hoofdauteur  was  Yvonne  ook  projectleider.  De  handreiking  kan  scholen,  jeugdartsen,  leerplichtambtenaren  en  andere  professionals  helpen  bij  het  omgaan  met  schoolziekteverzuim.

Lees ook de publicatie Jeugdarts inschakelen bij ziekteverzuim op het VMBO loont

 2011  Mevrouw  C.  Rots
 Onderzoek ‘Rich  evidence  for  poor  families’.
2009  Geen  prijsuitreiking
2007  Mevrouw  R.  Bouma
Project “Piep  zei  de  muis”.
Project  gericht  op  jonge  kinderen  (4­‐8  jaar)  van  ouders met psychosociale,  psychische  en  verslavingsproblemen. De  JGZ manifesteert  zich  hier  als  de  spin  in  het  web van de  gezondheidszorg  rond  het  jonge  kind
2005  Mevrouw  C.J.  Wierenga­‐van  der  Hoeven
Scriptie  ‘Protocollering  binnen  de  JGZ:  bedplassen’.
Onderzoek  in  het  kader  van  de  opleiding  tot  jeugdarts.
2003  Mevrouw  J.  Aerdts
Project  ‘No-Limits,  pesten:  waarom  zou  je?’.
Literatuuronderzoek,  eigen  onderzoek,  onderzoeksverslag  en interventie-instrument  in  de  vorm  van  een  CD-om,  die gebruikt kan  worden  voor  de  ondersteuning  bij  een pestproject  op school.