Home > opleidingsplan: stappen tot nu toe

Vanaf 2014 zijn er diverse ontwikkelingen gaande in het kader van de opleiding tot arts Maatschappij en Gezondheid en wat dit betekent voor de huidige opleiding in een 1ste en 2de fase. Graag geven we jullie een overzicht van de ontwikkelingen tot nu toe en de geplande vervolgstappen.

In 2014 gaf het bestuur van de KAMG opdracht aan het Concilium om een integraal opleidingsplan te schrijven voor het specialisme Arts Maatschappij en Gezondheid (arts MG). Vanuit iedere wetenschappelijke vereniging werden mensen afgevaardigd om mee te schrijven aan dit plan, ook vanuit de AJN. 


Het vertrekpunt was de arts MG van de toekomst, gelet op bijv. ontwikkelingen in de maatschappij, de nieuwe definitie van gezondheid, werkgeversperspectieven en de position paper.
In mei en juni 2014 hield het concilium werkconferenties om een toekomstbestendige opleiding te beschrijven gericht op de arts MG in 2025. Daarbij werden de competenties van de arts MG vergeleken met die van de diverse profielen. Ook de competentiebeschrijving van de huidige jeugdarts KNMG werd gelegd naast de competentiebeschrijving van de arts MG. HIerbij bleek veel overlap. Het onderscheid had vaak te maken met de doelgroep en de complexiteit. Een belangrijke uitkomst was dat alle profielen bleken te passen in het competentieprofiel van de arts MG. Daarmee werd het uitgangspunt: de verschillende profielen binnen de KAMG hebben meer gemeen dan men dacht.

Het competentieprofiel van de arts MG is medio 2015 vastgesteld door het bestuur van de KAMG en omvat de huidige profielcompetenties. Als doel is gesteld: In 2025 is er een specialisme arts MG e worden alle artsen MG volgens hetzelfde opleidingsplan, vanuit de verschillende deskundigheidsgebieden, opgeleid.



Uitwerking van het opleidingsplan met KBA’s

Voor de inhoud van de opleiding waren de kerntaken van de publieke gezondheid leidend (beschreven door Jambroes in 2013). Per thema werden Kritische Beroepsactiviteiten (KBA) vastgesteld. KBA’s vormen samen het geheel van elementen die een beroep karakteriseren. Zij geven een specifiek beeld van de praktijk. Ze zijn observeerbaar en beoordeelbaar. Een KBA kan meerdere competenties betreffen. Een KBA wordt uitgevoerd in een kenmerkende beroepssituatie. Bij deze beschrijving bleek vanuit de verschillende deskundigheidsgebieden (zoals jeugd of infectieziekten) consensus over wat ons als bindt in de publieke gezondheidszorg.


Consultatieronde van het plan

Eind nov. 2015 is door het KAMG bestuur besloten om het concept opleidingsplan in het veld uit te zetten voor reacties/consultatie. De reacties zijn in feb. 2016 besproken in het KAMG bestuur in het Concilium. Daarbij werd onderscheid gemaakt in de aard van de reacties. Reacties over Randvoorwaardelijk/governance/registratie werden door het KAMG bestuur besproken. Het bestuur voerde ook gesprekken met diverse stakeholders.  Inhoudelijke reacties werden door het Concilium verwerkt in het opleidingsplan. Eind oktober 2016 werd het aangepaste plan door het Concilium aangeboden aan het bestuur van de KAMG. Het KAMG bestuur heeft vervolgens een implementatieplan uitgewerkt.


Het landelijke opleidingsplan


De arts in opleiding tot arts MG verwerft de competenties aan de hand van thema’s die in de 4 jaar toenemen in complexiteit. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in 1e en 2e fase of in profielen. Het opleidingsplan bevat generieke thema’s met bijbehorende KBAs. Een aio’s wordt opgeleid in een deskundigheidsgebied (zoals jeugd of infectieziekten), dit kleurt de KBAs. Samen met de opleider wordt bepaald hoe de aio’s KBAs in de werksituatie kan uitvoeren. In het begin van de opleiding zijn de activiteiten en opdrachten gericht op microniveau, in de loop van de 4 jaar wordt dit meer gericht op meso- en macroniveau. In het opleidingsplan zijn naast stages in het eigen deskundigheidsgebied ook stages in diverse werkvelden/deskundigheidsgebieden opgenomen.

Het opleidingsplan wordt uitgewerkt in nauwe samenwerking tussen Concilium (generieke deel) wetenschappelijke verenigingen (specifieke deel) en het LOSGIO. Het gaat dan om beschrijving van de context waarbinnen de KBA gehaald kan worden, de eisen aan stages en onderwijs. De wetenschappelijke verenigingen dragen de invulling hiervoor aan. Dat wat samen kan wordt samen gedaan, maar dat wat specifiek is moet geborgd worden in het deskundigheidsgebied. Dit vormt de basis voor kwaliteitsborging van de uitstroom binnen het betreffende deskundigheidsgebied.


Deskundigheidsgebied jeugd

De AJN heeft in de zomer van 2016 de themakaarten en de KBA doorvertaald naar het deskundigheidsgebied jeugd. Een werkgroep heeft de context van de jeugdarts beschreven.
De komende tijd wordt van alle wetenschappelijke verenigingen verwacht dat zij dit beschreven voor hun deskundigheidsgebied. Elke vereniging zal aangeven hoe de context is, maakt een lijst van medisch technische handelingen die een aio’s moet leren beheersen en levert normen daarvoor aan. De wetenschappelijke vereniging bepaalt het minimum opleidingsprogramma en de stages. Een kerngroep van het Concilium let op afstemming van de resultaten, die in maart 2017 worden verwacht.
In een later stadium wordt het cursorisch onderwijs uitgewerkt (generieke deel en specifiek verplicht deel). Ook zal een advies worden opgesteld voor een overgangsregeling voor artsen, geregistreerd in een profiel naar geneeskundig specialist arts MG, geregistreerd in een deskundigheidsgebied. Ook de eisen voor herregistratie of de kwaliteitseisen voor praktijkorganisaties zullen nog worden beschreven.

 

Indien u vragen of opmerkingen heeft dan kunt u zich wenden tot een van de bestuursleden met onderwijs in haar aandachtsgebied: Riet Haasnoot, Ria Brouwer of Petra Jaarsma. mail dan naar: secretariaat@ajnjeugdartsen.nl

 

Het volledige opleidingsplan arts M&G kunt u hier vinden:

Opleidingsplan Arts Maatschappij en Gezondheid