Home > Nieuws > Succesvolle start van MDO-Jeugd in Tilburg

De webredactie ontving onderstaand artikel van:
Frans van Muilwijk, arts M&G en directeur van Gezondheidscentrum Reeshof & Marjolein Spijkers, Jeugdarts bij GGD Hart voor Brabant

In het hele land zijn huisartsen en jeugdartsen bezig om invulling te geven aan de transitie jeugdzorg. Dit proces verloopt nogal eens met horten en stoten. Een plaats waar het goed gaat, is Tilburg. Daar zorgt een Multidisciplinair Overleg Jeugd (MDO-Jeugd) voor een succesvolle samenwerking en betere hulp aan kind en gezin.

Dit artikel beschrijft de aanleiding en de werkwijze, inclusief een praktische handleiding. Daarnaast wordt een overzicht gepresenteerd van de casussen die in 2015 en 2016 zijn ingebracht.

De essentie van de Tilburgse werkwijze is ‘niet loslaten’. Kinderen en hun gezin blijven structureel in beeld totdat de veiligheid van het kind voldoende gegarandeerd is. Een belangrijke voorwaarde is de intensieve samenwerking tussen huisarts en jeugdarts, die als trekkers fungeren.

Onder de radar
De Tilburgse werkwijze is in 2015 in gang gezet omdat het zorgverleners in de wijk Reeshof niet altijd lukte om kwetsbare kinderen en gezinnen tijdig en voldoende te ondersteunen. Vooral complexe situaties, zoals kindermishandeling, bleven onder de radar.
Niet dat de onderlinge contacten slecht waren. Integendeel. Er bestonden samenwerkingsafspraken en de huisarts en jeugdarts consulteerden elkaar regelmatig. Alles bij elkaar waren er jaarlijks ongeveer tien losse casusbesprekingen tussen de jeugdarts en de diverse huisartsen. Wat daarbij opviel: slechts een enkele keer ging het over huiselijk geweld of kindermishandeling. Heel weinig, maar klopte dat wel? Nee, zoals we inmiddels uit de cijfers van 2015 en 2016 kunnen opmaken (zie kader verderop in het artikel). Maar krijg moeilijke gezinsproblematiek maar eens zichtbaar. Dat kan alleen als de juiste mensen hun vermoedens, gevoelens en signalen met elkaar delen.

Partners, doelen, aanpak
In het MDO-Jeugd werken de volgende disciplines samen: huisartsen, jeugdarts, jeugdverpleegkundige, kinder- en jeugdpsycholoog en een ambulant hulpverlener gespecialiseerde jeugdzorg. Met dit multidisciplinair overleg willen we verschillende zaken bereiken. Ten eerste een snellere en duidelijke gezinsdiagnose door het bij elkaar voegen van signalen. Vervolgens een snellere inzet van adequate hulp, een betere coördinatie van zorg en beter belegde verantwoordelijkheden. Een ander belangrijk doel is het voor elkaar krijgen van vroegtijdige (preventieve) hulp.

Het MDO-jeugd vindt negen à tien keer per jaar plaats. Elke deelnemer kan een casus inbrengen. Dit leidt tot een concreet plan van aanpak en duidelijke afspraken over het vervolg. De casus blijft op de agenda en wordt zo nodig tussentijds geanalyseerd, totdat sprake is van een volledige en veilige afronding. Deze werkwijze van het MDO-Jeugd is vastgelegd in een korte, praktische handleiding (zie ook kader). Hierin wordt aandacht besteed aan de samenstelling van het MDO, het overleg, casusinventarisatie, casusbeheer, agenda, verslag en privacy. Met behulp van deze handvatten zijn in 2015 en 2016 respectievelijk 30 en 33 individuele casussen besproken.

Niet snel loslaten
Momenteel worden gemiddeld per bijeenkomst vier nieuwe casussen ingebracht. Daarnaast passeren lopende situaties de revue. Want dat is een belangrijk aspect: niet te snel loslaten. Ook als hulpverlening in gang is gezet en alles loopt, blijven we het volgen. Want het gaat altijd om kwetsbare systemen. Het uitgangspunt is: pas loslaten als er voldoende garanties zijn dat de problemen beheersbaar zijn, en dat het voor het kind veilig is en blijft.

Aanpak werkt
Inmiddels kunnen we stellen dat onze aanpak werkt. Alle deelnemers aan het MDO-Jeugd ervaren dat. Het delen van zorgen en visies en het samen brainstormen over de beste aanpak levert veel op. Kind en gezin worden daadwerkelijk sneller en adequater geholpen. Via het MDO-Jeugd kunnen we de visie van 1 gezin, 1 plan concreet invullen. De meeste ouders geven toestemming voor het bespreken van hun problematiek binnen het multidisciplinaire overleg.

Buikpijn delen
Dat de aanpak een succes is, heeft diverse redenen. Om te beginnen komt iedereen altijd opdagen, voor ons een goede graadmeter. We horen ook dat alle deelnemers het overleg als zeer waardevol ervaren. Het levert alle deelnemers echt veel op. Je hebt je buikpijn (‘niet-pluis’ gevoel) kunnen delen, je hebt er wat geleerd en goed advies gekregen. Wat deelnemers ook heel belangrijk vinden, is dat er voor elke casus een concreet plan wordt opgesteld. Hierin staat precies aangegeven hoe de zaak wordt opgepakt, inclusief afspraken over wie waar verantwoordelijk voor is. Boter bij de vis.

Meer complexe situaties
De invoering van het MDO-Jeugd heeft ertoe geleid dat veel meer complexe situaties boven water komen. Oók de zaken die eerder onder de radar bleven. Hieronder vallen onder andere zorgwekkende zorgmijdende gezinnen. Bijvoorbeeld ouders die nooit naar hun afspraak bij het consultatiebureau komen. Tijdens het MDO bepalen we wie de beste vertrouwensrelatie heeft om zo’n gezin in beeld te houden. Dat kan bijvoorbeeld de jeugdverpleegkundige zijn die vervolgens op huisbezoek gaat.

Dat de jeugdarts en jeugdverpleegkundige in Tilburg met één been in het MDO staan en met het andere in het sociaal wijkteam is een groot pluspunt. Zo worden medisch en sociaal goed met elkaar verbonden.

Omgaan met privacy
Wat daarnaast een grote meerwaarde oplevert, is de betrokkenheid van de gespecialiseerde jeugdzorg. Een ambulante hulpverlener is verbonden aan de wijk Reeshof en maakt vast deel uit van het MDO. Zij is als enige van het kernteam niet in het bezit van een BIG-registratie (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Informatiedeling en privacy zijn dus issues om vooraf goed te bespreken. Hoe om te gaan met privacy is een van de onderwerpen in de praktische handleiding die opgesteld is ten behoeve van het MDO-jeugd.

Belangrijke randvoorwaarden
Voor een succesvol MDO-Jeugd zijn enkele randvoorwaarden van belang. Essentieel is onderling professioneel vertrouwen, want dat zorgt ervoor dat je elkaars analyses accepteert. Op dat punt hebben we nu ook de eerste stappen gezet richting Veilig Thuis. Na een kennismakingsbezoek is afgesproken dat de vertrouwensarts van Veilig Thuis twee keer per jaar bij het MDO-Jeugd zal aanschuiven. Daarnaast hebben alle deelnemers van het MDO haar directe telefoonnummer. Elkaar zien, kennen en vertrouwen, is cruciaal om goede zorg te organiseren.

Andere randvoorwaarden zijn: een structuur van samenwerking in de wijk en organisatorisch vermogen. In de Tilburgse wijk Reeshof vervult het gezondheidscentrum daar een voorname functie in.

JGZ als belangrijke schakel
Zoals de cijfers laten zien, speelt de jeugdgezondheidszorg een steeds grotere rol in dit verhaal. Het aantal casussen waarbij de jeugdarts actief hulpverlening organiseert en regisseert is na het aanloopjaar 2015 fors toegenomen. Dat is een goede zaak. Een nauwe samenwerking met de huisarts is hiervoor noodzakelijk en het is dus van belang dat beide partijen in die relatie investeren.

De jeugdgezondheidszorg vormt niet alleen een belangrijke schakel tussen huisarts en sociaal wijkteam, maar ook tussen huisarts en scholen. Heeft de huisarts vooral contact met ouders, de jeugdarts en jeugdverpleegkundige zien het kind tijdens contactmomenten. Daarnaast krijgen zij op school van het zorgteam, waar zij deel van uitmaken, signalen door als het met het kind niet lekker loopt. In het MDO-Jeugd komt alles samen. Een bijkomend voordeel in Tilburg is dat hier vanaf januari 2015 de ‘knip’ in de jeugdgezondheidszorg is verdwenen. Kinderen vallen voortaan vanaf hun geboorte tot 19 jaar onder dezelfde jeugdgezondheidsorganisatie (GGD). Dat bevordert het goed volgen en in beeld houden van kind en gezin.

Zorg combineren
Valt er dan niets te verbeteren? Zeker wel. Soms is het zinvol om gespecialiseerde zorg te combineren met bijvoorbeeld maatschappelijk werk en jongerenwerk. De band met deze professionals is nog onvoldoende ontwikkeld. Het MDO-Jeugd gaat de komende tijd energie steken in het aantrekken van die lijnen. Een ander punt is de inzet van de kinder- of jeugdpsycholoog. We ervaren een gebrek aan praktijken waarnaar we kunnen verwijzen. Dat komt doordat in Tilburg de gemeentelijke aanbesteding voor kleine psychologenpraktijken te ingewikkeld is. Uiteraard zal dit per gemeente verschillen.

Naar duurzame jeugdzorg
Alles bij elkaar durven we te stellen dat het MDO-Jeugd zich na ruim 2,5 jaar heeft bewezen als vast onderdeel van de zorg voor jeugd. Het is een snel toepasbare methode waarmee je goede resultaten kunt boeken. Inmiddels wordt deze werkwijze geleidelijk uitgebreid naar andere huisartsenpraktijken, vanuit het idee dat de hele stad op vergelijkbare wijze kan werken aan duurzame jeugdzorg. Medio 2017 passen zeven huisartsenpraktijken, met samen circa 20 huisartsen, de methodiek toe. Hierbij zijn vijf jeugdartsen betrokken. Met name de handleiding blijkt een goed hulpmiddel om er samen mee aan de slag te gaan.

Het voortouw nemen
Het zou mooi zijn als steeds meer huisartsen en jeugdartsen de methodiek gaan oppakken. Essentieel is dat iemand het voortouw neemt. Dat kan vanuit de huisartsen, maar ook vanuit de jeugdgezondheidszorg. Wie pakt de handschoen op?

 

Praktijkvoorbeeld: Sarah (9) en de ontspoorde opvoeding

Sarah is een meisje van 9 jaar. De huisarts heeft haar vanwege ODD of ADHD verwezen naar de jeugd- en kinderpsycholoog. Deze brengt de casus in het MDO-Jeugd in. Ze vertelt dat er veel spanningen in het gezin zijn, waarbij ook sprake is van huiselijk geweld. Het gaat om een ‘pittig meisje’. De opvoeding is ontspoord, het kind is de baas in huis. De huisarts vertelt dat vader onder behandeling is geweest bij een psychiater vanwege zijn impulsiviteit. Hij bezoekt nu nog de POH-ggz. Moeder werkt als zelfstandige vanuit huis en is daar zo druk mee dat ze haar kind niet in de hand heeft. Ze wil wel minder werken, maar heeft het geld hard nodig. De ouders erkennen de problematiek van het meisje.

Het MDO concludeert dat het goed is als moeder t.o.v. haar kind de regie meer in handen krijgt. Gezinsbegeleiding rondom opvoeding is daarom gewenst. De jeugdarts, tevens lid van het sociale wijkteam, pakt de casus op en gaat opvoedingsbegeleiding in gang zetten.

 

 

 

Praktijkvoorbeeld: Tim (15) en de psychisch kwetsbare moeder

De 15-jarige Tim verloor op 4-jarige leeftijd zijn vader verloor en heeft een moeder met een psychiatrisch verleden. Tijdens opnames van moeder is hij een aantal malen ondergebracht bij de gespecialiseerde jeugdzorg. De jongen maakt zich vaak zorgen over zijn moeder en heeft hierdoor depressieve klachten ontwikkeld. Zijn huisarts heeft hem naar de kind- en jeugdpsycholoog verwezen, die de behandeling aan het afronden is. Er is geen familie en geen thuisbegeleiding.

Het MDO-Jeugd heeft deze casus besproken en besloten om de jongen te ondersteunen. Vervolgens zijn er acties afgesproken. De jeugdarts legt als deelnemer van het sociaal wijkteam contact met het jongerenwerk, om zo een mentor voor de jongen te vinden. Daarnaast houdt de POH GGZ via een maandelijkse afspraak de vinger aan de pols.

 

 

 

 

Ontwikkelingen binnen het MDO-Jeugd in wijk de Reeshof 

Analyse MDO-jeugd 2015 2016
Aantal casussen op agenda (nieuw en lopend) 44 69
Aantal individuele casussen 30 33
Mannelijk 13 13
Vrouwelijk 13 12
Onbekend 1 0
Gezin 3 8
Gemiddelde leeftijd 6,7 6,3
Jongste kind 0 0
Oudste kind 16 16
Aantal MDO’s 9 9
Aantal casussen per MDO 4,9 7,7
Voornaamste problematiek 2015 2016
Gedragsproblematiek kind 7 7
Geweld in gezin 8 11
Sociaal 3 2
Ernstige opvoedingsproblematiek 5 5
Vechtscheiding 3 5
Schoolproblematiek 4 2
Ernstige somatisatie 2 2
Hulpverlener met opdracht voor actie:
2015 2016
Huisarts 17 24
Jeugdarts (JGZ-GGD) 9 25
Gespecialiseerde jeugdzorg 8 13
Kinder- en jeugdpsycholoog 6 7
2e lijns GGZ 1 2
Overig 2
Geen actie 1
Allen 2

 

 

 

 Handleiding Multidisciplinair Overleg Jeugd

 1.      Inleiding

Om ingewikkelde casussen beter te behandelen is het verstandig dat alle betrokkenen regelmatig bijeenkomen om een gezamenlijk plan van aanpak te maken. Om een Multidisciplinair Overleg (MDO) succesvol te laten zijn is er een goede structuur nodig. Bij ad hoc structuren heeft een MDO snel de neiging te verwateren omdat iedereen het druk heeft.

2.      Samenstelling

In principe bestaat het MDO-jeugd uit de hulpverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij het kind en het gezin. Om het MDO krachtiger te maken kan men ervoor kiezen de samenstelling uit te breiden met hulpverleners die over relevante extra kennis beschikken. Medewerkers die BIG-geregistreerd zijn hebben de voorkeur, omdat hun eigen verantwoordelijkheid m.b.t. het beroepsgeheim duidelijk is.

Bij het MDO-Jeugd in Gezondheidscentrum Reeshof vinden we drie dimensies belangrijk:

·        kennis van wat er op school gebeurt in relatie tot het kind

·        kennis van het gezin en de familie van het kind

·        kennis over gedrag van kinderen.

Vanuit deze gedachte nemen een jeugdarts (en/of jeugdverpleegkundige), huisarts en een kinder- en jeugdpsycholoog standaard deel aan het MDO-Jeugd. Het MDO kan uitgebreid worden met meerdere huisartsen, die bijv. in dezelfde maatschap zitten of werkzaam zijn in hetzelfde gezondheidscentrum. Zo kan nuttig advies worden verkregen vanuit de ervaringen die zij hebben m.b.t. gelijksoortige problematiek. Daarnaast ontstaat er een leereffect.

Om adequater te kunnen reageren op complexe problematiek (vechtscheidingen, psychiatrie etc.) met risico’s op schade voor het kind, is het MDO in Gezondheidscentrum Reeshof uitgebreid met de expertise van een medewerker van de gespecialiseerde jeugdzorg die ook in de wijk werkzaam is.

Vaak gaat het in het MDO om gezinnen die op de een of andere manier ook bij de jeugdzorg in beeld zijn.

Afhankelijk van het netwerk en afhankelijk van de problematiek in de wijk kan het MDO aangevuld worden met een medewerker van het Maatschappelijk Werk, Veilig Thuis, wijkverpleging of het jongerenwerk. Dit kan uiteraard ook op ad hoc basis.

3.      Het overleg

Om succesvol te zijn moeten een aantal randvoorwaarden worden geregeld:

·        vergaderruimte met voldoende privacy

·        vaste overlegdag (jaarlijks datumlijstje)

·        een vaste gespreksleider

·        agenda, verslag met actielijst

·        follow-up van gemaakte afspraken.

De frequentie is afhankelijk van de caseload. De ervaring leert dat, bij een goede vergaderdiscipline, per overleg van 1 uur vier tot vijf casussen besproken kunnen worden.

4.      Casusinventarisatie

Tien dagen voor het MDO stuurt de gespreksleider alle deelnemers een verzoek om casus aan te melden via de beveiligde mail. De volgende elementen worden opgevraagd:

·        naam en geboortedatum

·        huisarts en betrokken andere hulpverleners van het MDO

·        korte gevalsbeschrijving (2 regels)

·        een vraagstelling.

Enkele dagen voor het overleg stuurt de gespreksleider de agenda rond.

5.      Agenda

De agenda bevat de volgende elementen:

·        mededelingen

·        verslag vorig MDO/lopende casuïstiek

·        nieuwe casuïstiek

·        rondvraag.

6.      Verslag

Een handige gespreksleider is in staat zowel het gesprek te leiden alsook de notulen te maken. Het verslag moet dan wel al voorbereid zijn met de informatie die reeds beschikbaar is. Er kan ook een keuze gemaakt worden voor bijv. notuleren per toerbeurt.

Het verslag bevat per casus de volgende elementen:

·        een uitgebreidere beschrijving

·        een overzicht van de betrokken hulpverleners

·        gesuggereerde oplossingsrichtingen

·        oplossingsstrategie

·        verdeling van acties en verantwoordelijkheden

·        follow-up afspraken.

7.      Casusbeheer

De gespreksleider houdt alle casussen op de agenda waarvoor nog geen bevredigende oplossing is gevonden of waar risico’s op terugval bestaan.

Op het moment dat de casus voldoende stabiel is, wordt deze (tijdens een MDO) van de agenda gehaald.

8.      Jaaroverzicht

De gespreksleider maakt jaarlijks een overzicht van alle besproken gevallen. In het eerste kwartaal van een nieuw jaar wordt de lijst door alle deelnemers van het MDO doorgenomen. De vraag is dan of er wel of niet een casus op de een of andere manier tussen wal en schip is geraakt.

9.      Privacy

Bij de start van een MDO moeten afspraken worden gemaakt over de privacy. Grosso modo zijn er drie mogelijkheden om een casus in te brengen:

·        Met voorafgaande toestemming van de patiënt (en/of ouders). Dit is de beste constructie. Hiermee wordt het ook mogelijk de uitkomst van het MDO terug te koppelen naar de patiënt (en/of ouders). De toestemming wordt mondeling gevraagd en genoteerd in het patiëntendossier.

·        Anoniem, als de inbrenger aan de hand van de visie van het MDO voor zichzelf wil bepalen op welke manier hij/zij een casus wenst te begeleiden.

·        Zonder toestemming, op het moment dat de inbrenger vermoedt dat voorafgaande toestemming het kind in gevaar zou kunnen brengen, of de situatie zou kunnen verergeren.

10.   Literatuur

Bij de zorg voor jeugd wordt gebruik gemaakt van de documenten die door de KNMG zijn ontwikkeld:

·        KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld (incl. Kindcheck)

·        KNMG-stappenplan Kindermishandeling.