Home > Nieuws > Sexueel misbruik lastig aantoonbaar

Het is moeilijk om seksueel misbruik bij kinderen definitief te kunnen aantonen of uitsluiten. Er bestaat geen duidelijk klachtenpatroon dat misbruik bij een kind kan identificeren. Wel lijkt het gedrag van het kind tijdens het lichamelijke onderzoek een belangrijk element. Ook het verhaal van het kind en de onthullingen die het zelf doet, zijn waardevol.

Dit schrijft Thekla Vrolijk-Bosschaart in haar proefschrift over het herkennen van seksueel misbruik bij kinderen. Zij onderzocht de lichamelijke en psychosociale symptomen van seksueel misbruik bij kinderen en werkte mee aan de eerste Nederlandse richtlijn ‘Diagnostiek bij (een vermoeden van) seksueel misbruik van kinderen’. Daarin staat beschreven welke stappen een (kinder)arts moet nemen bij het onderzoeken van een kind dat mogelijk seksueel misbruik is en wat de waarde is van bevindingen.

Vrolijk-Bosschaart gebruikte voor haar studie onder andere de dossiers van de kinderen die in 2010 en 2011 op de spoedpoli van het AMC werden gezien vanwege betrokkenheid in de Amsterdamse zedenzaak. Ze bestudeerde de rapportages van hun lichamelijke en psychosociale klachten, hun seksueel gedrag en seksuele kennis en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Vervolgens onderzocht ze of onafhankelijke experts op basis van deze gegevens de bewezen slachtoffers eruit konden pikken. Dat bleek lastig.

Vrolijk-Bosschaart pleit voor het verbeteren van de technieken om met kinderen te praten over seksueel misbruik. Vooral omdat het eigen verhaal van een kind essentieel lijkt te zijn in het onderzoek naar vermeend seksueel misbruik. Dat verhaal is vaak het enige bewijs dat er is, aldus de promovenda.

Thekla Vrolijk-Bosschaart promoveert op 10 oktober 2018 op het proefschrift “Recognizing Child Sexual Abuse: An Unrelenting Challenge”.

Bron: Amsterdam UMC