Home > Nieuws > Nieuws vak > Piekeren leidt tot meerdere klachten bij jongens met autisme

Bron: Universiteit van Leiden

Jongens met autisme ontwikkelen vaker lichamelijke klachten, depressies en agressief gedrag. Dat heeft vooral te maken met piekeren, ontdekten psychologen van de Universiteit Leiden. Publicatie in het Journal of Autism and Developmental Disorders.

Autisme gaat niet alleen gepaard met sociale problemen, weten we uit onderzoek. Jongens met autisme krijgen daarnaast vaak te maken met angst, depressie en bijvoorbeeld buikpijn – ook wel ‘internaliserende klachten’ genoemd. Verder vertonen deze jongens vaker agressief en tegendraads gedrag – ofwel ‘externaliserende problemen’ – dan hun leeftijdgenoten zonder autisme. De Leidse ontwikkelingspsychologen Marieke Bos en Carolien Rieffe vroegen zich af hoe dat komt: horen die klachten bij hun autismespectrumstoornis, of is er iets anders aan de hand?

Onderzoek naar klachten en emotioneel functioneren

Om dat uit te zoeken volgden de onderzoekers anderhalf jaar lang een groep jongens van 10 tot 15 jaar oud. Ze vergeleken de ontwikkeling van allerlei klachten bij jongens met en zonder autisme. Ook keken ze naar hun emotioneel functioneren: hoeveel ze piekerden, of ze inzicht hadden in hun eigen emoties en of ze vaak negatieve emoties hadden. ‘Zo’n onderzoek is nog niet eerder gedaan,’ vertelt Rieffe. ‘Terwijl het voor de hand ligt dat problemen in emotioneel functioneren deze internaliserende en externaliserende klachten kunnen veroorzaken.’

Piekeren leidt tot problemen

Dat blijkt inderdaad zo te zijn: het onderzoek laat zien dat piekeren een risicofactor is bij de ontwikkeling van deze klachten. Jongens met autisme die vaak op een negatieve manier nadenken over problemen, ontwikkelen later vaker lichamelijke klachten en meer agressief gedrag. Rieffe: ‘Dat wijst erop dat nadenken over alledaagse problemen voor jongens met autisme moeilijker is. Ze komen minder makkelijk zelf tot een oplossing, maar praten zichzelf juist verder de put in.’

Geen extra risico tijdens de puberteit

Verrassend genoeg bleek de ontwikkeling van problemen als angst, depressie en agressief gedrag in de vroege adolescentie gelijk op te gaan bij jongens met en zonder autisme. Dat die problemen bij jongens met autisme vaker voorkomen, wordt dus al bepaald voordat de adolescentie begint. ‘Dat betekent dat jongens met autisme niet opeens extra risico lopen om deze problemen te ontwikkelen als ze in de puberteit komen’, licht Rieffe toe. ‘En dat is goed nieuws voor ouders, behandelaars en de jongens zelf.’