Home > Nieuws > Leefomstandigheden kinderen met migratie-achtergrond minder goed

Kinderen met een niet-westerse migratie-achtergrond groeien bijna zes keer zo vaak in armoede op dan hun leeftijdgenoten met een Nederlandse achtergrond. Dat komt naar voren uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS). Voor deze kinderen is ander, specifiek beleid nodig.

Armoede-risico groot
Opvallend is dat jeugdigen met een niet-westerse migratieachtergrond in 2015 bijna zes keer zo vaak opgroeien in armoede als jeugdigen met een Nederlandse achtergrond. Van de groep 0 tot en met 17-jarigen leefden 225 duizend kinderen – ruim 6 procent van het totaal – in een gezin dat rond moest komen van een bijstandsuitkering. Het armoede-risico is het grootst onder kinderen met een Antilliaanse, Marokkaanse en overige niet-westerse achtergrond.

Veel eenoudergezinnen
Een kind dat opgroeit in een eenoudergezin loopt een groter risico op een jeugd in armoede dan een kind in een tweeoudergezin. Ruwweg groeien jeugdigen met een niet-westerse achtergrond bijna twee keer zo vaak op in een eenoudergezin als jeugdigen met een Nederlandse achtergrond, ongeveer 13 procent tegenover ruim 25 procent. Daarbij moet wel worden bedacht dat er ook tussen groepen niet-westerse migranten grote verschillen bestaan: waar 47 procent van de kinderen van Antilliaanse afkomst in een eenoudergezin leeft, is dat bij Turkse kinderen niet meer dan 16 procent.

Veel jeugdwerkloosheid
Ook bij de derde indicator – jeugdwerkloosheid – bestaat een groot verschil tussen de leefsituatie van kinderen met een Nederlandse achtergrond en die van kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Vooral jongeren tussen 15 tot 22 jaar met een niet-westerse migratieachtergrond zijn werkloos (3,4 procent). Terwijl bij hun leeftijdsgenoten van Nederlandse herkomst dat percentage op bijna 0,9 procent ligt. Het verschil kan worden verklaard door de gemiddeld lagere opleiding, kleinere netwerken, studiekeuze, werkervaring en de (sociale) vaardigheden van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Daarnaast speelt discriminatie door werkgevers een rol.

Toegang tot ‘lichte’ jeugdhulp punt van aandacht
De laatste indicator waarmee de leefsituatie van kinderen wordt geschetst, gaat over de jeugdzorg. Opvallend is dat de jongeren met een migratieachtergrond minder dan gemiddeld gebruikmaken van de jeugdhulp, ondanks dat ze wel meer risico lopen op ‘probleemgedrag’. In cijfers uitgedrukt: het gemiddelde gebruik onder jongeren bedraagt 9,3 procent, voor jongeren met een migratieachtergrond is dat 8,6 procent. Deze jongeren maken met name niet vaker gebruik van de wijkteams en de jeugd-ggz. Ze hebben daarentegen wel vaker te maken met zwaardere vormen van jeugdhulp, zoals de jeugdreclassering of jeugdbescherming.
Toegankelijkheid van ‘lichtere’ voorzieningen is een relevant aandachtspunt. Ook hier geldt dat er tussen de verschillende herkomstgroepen grote verschillen bestaan: 15,5 procent van jongeren met een Antilliaanse of Arubaanse achtergrond doet een beroep op jeugdzorg tegenover 5,7 procent van de Turks-Nederlandse jongeren.

Lees het Rapport leefomstandigheden-kinderen-met-een-migratieachtergrond.

Bron: KIS