Home > Nieuws > Nieuws vak > Evaluatie ouderschapsplan bij scheiding

In een poging de mogelijke negatieve gevolgen van (echt)scheiding voor ouders en kinderen te verminderen heeft de overheid in 2009 nieuwe scheidingswetgeving geïntroduceerd (de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding). Een belangrijk nieuw onderdeel van deze wet is dat ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kinderen verplicht zijn om een ouderschapsplan op te stellen indien ze uit elkaar gaan.

Simon de Bruijn heeft in zijn proefschrift onderzocht hoe het verplichte ouderschapsplan in de praktijk werkt. Hij is nagegaan óf ouderschapsplannen wel worden opgesteld, welke ouders dat doen, wat erin wordt opgenomen, en of het verplichte ouderschapsplan het effect heeft dat de Nederlandse overheid beoogde. Daarnaast is ook de rol van professionele bemiddeling bij (echt)scheiding onderzocht; een andere benadering die de mogelijke negatieve effecten van echtscheiding zou kunnen verzachten.

Uit De Bruijns resultaten blijkt dat méér ouders schriftelijke afspraken opstellen na hun scheiding, en dat deze afspraken uitgebreider zijn én vaker worden aangepast na de scheiding. Buiten deze veranderingen lijkt de invoering van het ouderschapsplan weinig veranderingen teweeggebracht te hebben. Zo is er geen verandering in het welzijn van het kind of het onderlinge contact van ouders na scheiding geconstateerd. Professionele bemiddeling bij (echt)scheiding blijkt daarentegen wel van invloed. Het welzijn van kinderen zou in potentie gebaat zijn wanneer ouders met veel conflicten voorafgaand aan de scheiding een bemiddelaar consulteren wanneer dit geadviseerd wordt door een juridische derde partij.

Simon de Bruijn is op 7 juni gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift is “Reaching agreement after divorce and separation. Essays on the effectiveness of parenting plans and divorce mediation”

Bron: Universiteit Utrecht