Home > Nieuws > Dilemma’s in de besluitvorming rond kindermishandeling

Gestructureerde methoden voor besluitvorming en risicotaxatie-instrumenten in de jeugdhulp en jeugdbescherming verbeteren de professionele besluitvorming in kindermishandelingszaken slechts in beperkte mate. Professionals blijken verschillend te redeneren in kindermishandelingszaken, wat leidt tot uiteenlopende besluiten. Dit concludeert Cora Bartelink in haar promotieonderzoek.

Wanneer zeg je als professional dat er sprake is van kindermishandeling in een gezin? Goede besluitvorming over deze vraag is essentieel. Doel van het promotieonderzoek was inzicht te krijgen in factoren die de besluitvorming van professionals in de jeugdhulp en jeugdbescherming beïnvloeden en mogelijk verbeteren in zaken waar (een vermoeden van) kindermishandeling speelt.

Bartelink onderzocht daarvoor: 1) de effecten van een gestructureerde methode voor de besluitvorming op de kwaliteit van oordelen en beslissingen (de zogeheten ORBA-methode); 2) de effecten van een risicotaxatie-instrument (LIRIK) op de overeenstemming en trefzekerheid van risico-inschattingen; 3) hoe professionals redeneren bij beslissingen over de inzet van interventies.

De effecten van de gestructureerde besluitvorming met ORBA en het risicotaxatie-instrument LIRIK blijken beperkt te zijn. Ze helpen professionals om meer relevante factoren in ogenschouw te nemen, maar het leidt er niet toe dat ze het vaker eens zijn in hun oordelen bij kindermishandelingszaken. Ook leidt het niet tot trefzekerder oordelen. Daarnaast blijken persoonlijke redenaties en de opvattingen van de professionals ten aanzien van kindermishandeling en de uithuisplaatsing van kinderen de besluitvorming substantieel te beïnvloeden. Dit verklaart mogelijk de beperkte effecten die Bartelink vond bij gebruik van ORBA en LIRIK: dergelijke methoden lijken niet genoeg tegenwicht te geven voor die persoonlijke redenaties en opvattingen. Het is daarom volgens haar nodig om – naast het gebruik van middelen als ORBA en LIRIK – aanvullende manieren te zoeken om de besluitvorming te verbeteren. Ze denkt daarbij onder meer aan een meer gedeelde besluitvorming van professionals met de ouders en kinderen. Dat dwingt professionals ertoe hun besluitvorming meer transparant te maken en zorgvuldiger te onderbouwen. Ook kritisch denken  kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren: het systematisch – eventueel in teams – bedenken van alternatieve verklaringen en doelbewust genereren van voor- en tegenargumenten voor de voorgenomen en alternatieve beslissingen.

Cora Bartelink voerde haar onderzoek uit bij het Nederlands Jeugdinstituut waar zij werkt als onderzoeker/adviseur in het programma Veilig opgroeien. Het werd gefinancierd door het Nederlands Jeugdinstituut, ZonMw, Stichting Kinderpostzegels en de RUG. Zij promoveert op 1 februari 2018 aan de RUG

Bron RUG