Home > Opinie > Blog > Nepwapens; daar moet de jeugdarts ook iets mee!

De Nederlandse politie wordt in toenemende mate, tussen de 20 en 30 keer per week, geconfronteerd met jongeren die met nepwapens zwaaien. Zowel in een spelsetting als in het intimideren van hun omgeving. Omdat deze nepwapens vaak niet van echt te onderscheiden zijn, kan dat aanleiding geven tot levensbedreigende situaties. Een agent moet dan kiezen voor de eigen veiligheid en die van de omstanders en kan besluiten om het eigen vuurwapen te gebruiken. De politiepistolen zijn inmiddels al meerdere malen daadwerkelijk getrokken. Het wachten is nog op het daadwerkelijk vallen van slachtoffers.

Het spelende jeugdbrein
De jeugdarts weet dat het kinder- en puberbrein vaak de gevaren bij het hanteren van nepwapens niet beseffen (wel weten maar er weinig mee doen). Het is gewoon leuk of stoer om er mee te spelen en een aantal gebruikt het wapen om zich te bewijzen en/of anderen te intimideren.

Op zich is het gedrag met nepvuurwapens door jongeren natuurlijk niet abnormaal. Het past bij de levensfase. Net als het spelen van videogames, houten zwaardjes of het lasertype daarvan, robotsoldaatjes, waterpistolen etc. Echter, het belangrijkste verschil is de dreiging die uit gaat van het er bedrieglijk echt uitzien van de huidige generatie nepwapens!

Menigeen zal denken dat de matige externe afwerking, de (modieuze) kleurstelling zoals bijvoorbeeld roze , het gebruik van plastics en geen gat aan de voorzijde van de loop makkelijk als nep herkend wordt. Het tegendeel is helaas het geval: Vrijwel niet van echt te onderscheiden.

Zelfs de door ons daarop bevraagde vuurwapenexperts zeiden dat, zeker op enige afstand, niet tot nauwelijks te kunnen. Dat maakt het voor de politie en omstanders al helemaal moeilijk.

Makkelijk verkrijgbaar
In Nederland is de wetgeving behoorlijk streng. Je mag gewoon geen look-a-likes in huis hebben. Zelfs voor de gasdrukversie Airsoft moet je lid zijn van een aparte vereniging met een soort betaald verlof tot het voor handen hebben van.
Bij een echt vuurwapen is de zogenaamde wapenvergunning (verlof) vanzelfsprekend heel streng geregeld.

Echter, wat niet mag is dikwijls gemakkelijk verkrijgbaar. In een vakantieland, in Duitsland en op internet kijkt men vaak niet zo nauw. Kermissen en speelgoedwinkels weten het zo langzamerhand wel. En de douane controleert de vakantiegangers er op. Niettemin zijn de nepwapens in Nederland in flinke getale in omloop.

Campagne politie
Voor de hand ligt om dit probleem aan te pakken met een preventieve campagne. De politie gaat de scholen in met ‘Nepvuurwapens zijn levensgevaarlijk’. Al betreft het een kind, de agenten gaan in de eerste instantie uit van een met een vuurwapen bewapende verdachte. Ook roepen agenten jongeren op om speelgoedexemplaren met een CE-keurmerken, die thuis gedragen mogen worden maar niet in openbare ruimtes mogen getoond, niet mee naar school te nemen.

Actie door de jeugdgezondheidszorg
Vanuit de JGZ zou ook extra aandacht kunnen uitgaan naar scholen waar het hebben van zo’n nepwapen gewild is, ouders kunnen voorlichten en op lokaal niveau kunnen meepraten in jeugdveiligheidsnetwerken. In ieder geval attent zijn op de mogelijkheid tot het gebruik van nepwapens.

Alleen verbieden en/of het ‘niet doen’ roepen helpt regelmatig niet. Het potentiele gevaar moet belevend tussen de oren van de jeugdige komen. Die moet zelf een verstandige beslissing kunnen nemen. Het jeugd- en jongerenwerk kan daar prima bij helpen. Extra aandacht voor tieners, SO-scholen, jeugdigen met een lager IQ, mentale beperking, psychose of ASS.

Andere mogelijkheden liggen in het vervangen van de eigen wapenbeleving door VR-games een het inschakelen van de afdeling jeugd van de lokale schietsportvereniging. De overkoepelende sportassociatie de KNSA heeft de schietclubs daartoe gecertificeerd.

Laten wij met zijn allen voorkomen dat er iets grondig misgaat!

Het eerste waarschuwingsschot is al gelost. En jongeren zijn al diverse keren in 2016 in de boeien geslagen.

Ulco Schuurmans