Home > Opinie > Blog > Koekjes van eigen deeg – Elwyze Frijns

‘Eigenlijk komen we alleen voor een verwijzing’. De moeder tegenover me heeft haar doel scherp voor ogen. Haar dochter zit er stilletjes naast, klein in haar grote lijf.

Ze volgen het pad dat school in gedachten heeft. Nu staan ze voor het probleem: waar kunnen we het best terecht? Hardop vraag ik me af wat ze eigenlijk hopen te vinden. Een vraag die ons helpt de draf aan te passen – naar een zorgvuldige pas op de plaats. Waar loopt ze precies tegenaan? Wat betekenen haar problemen in haar leven, nu en in de loop van haar ontwikkeling?

Liefst alleen
Moeder en dochter beginnen te vertellen. Hoe hard het meisje haar best doet om het iedereen naar de zin te maken. Om het goed te doen. En hoe ze er toch naar haar idee maar weinig van bakt. Om ter compensatie letterlijk koekjes te gaan bakken, voegt moeder er bezorgd toe. Gebakken koekjes als remedie tegen ingewikkelde gevoelens in het contact met anderen en zichzelf. Bol van schaamte, hard op weg koekjes van eigen deeg te worden.

Het is duidelijk: ze heeft er haar buik vol van. Waar zij gaat, gaat haar faalangst – zelfs bij het paardrijden waar ze eigenlijk zoveel plezier aan heeft. Het liefst is ze alleen, want dan komt ze tot rust. Rust die broodnodig is, bij haar behoefte aan harmonie. En net die harmonie raakt steeds verstoord. Op school, als het weer eens niet lukt goede resultaten te halen; met haar dyslexie en ADHD is dat immers geen vanzelfsprekendheid. Ze raakt er gefrustreerd van, vooral thuis. Boos, uit angst dat er iets mis is in haar hoofd. Terwijl het op school steeds lijkt of iemand boos op haar is. Ze heeft vast weer iets niet goed gedaan. Haar angst voor verstoring van de harmonie, verstoort die van haarzelf. Want het is juist gezelligheid waar ze bij floreert, terwijl ze er zelf amper deel van uit durft te maken.

Spoor van schaduw
Ik vraag haar waar ze trots op is, het blijft even stil. Dan antwoordt ze aarzelend het antwoord van haar ouders: ‘dat ik mijn best doe’. Echter, wat haar ‘best’ betekent, blijft een vraag. Een stap terug in haar verleden, brengt ons op het spoor van hoe het zo kon komen. Een spoor van schaduw door zorgen over de mensen om haar heen, in een gezin dat lange tijd zoet is geweest met problemen van haar zus. Met de nodige weerslag op alle gezinsleden. In combinatie met haar zorgzame karakter, is haar ‘best’ dat van anderen geworden. Of dat nou past bij wat ze kan en wil of niet.

Uiteindelijk komen we bij de plaats van bestemming. Het was en blijft duidelijk: verwijzing voor hulp is aangewezen. Ogenschijnlijk is er niets gebeurd. Toch zit het meisje er anders bij. Steviger. Misschien weet ze het ergens al best. Met de beweging die ze met haar moeder heeft ingezet door stil te staan bij hun relatie tot elkaar, kunnen ze samen groeien. En met elkaar haar ontwikkeling naar eenzaamheid voorkomen. Samen nuanceren we de hulpvraag. Van hoe het meisje zichzelf kan leren accepteren, naar ontdekken wat haar ‘best’ doen voor haar persoonlijk in het gezin en op school betekent. En hoe ze dat kan leren, in actief samenspel met haar ouders en leerkracht. Met een helder doel voor ogen: dat ze ooit zorgeloos koekjes kan bakken, puur en alleen voor de gezelligheid.

Elwyze Frijns, jeugdarts

Elwyze blogt over het waarom van de jeugdarts.
De jeugdarts kent je verhaal, helpt en ondersteunt. Nu voor het leven!