Home > Opinie > Blog > Column Riet Haasnoot: Mollige mam

In mijn handtas sjouw ik van alles mee: autosleutels, zakdoekjes, mijn mobiel, het toegangspasje van de GGD (dat om onduidelijke reden vandaag uit mijn tas is verdwenen), twee lipsticks en nu ook chocolade. Deze mollige mam, zoals mijn zoon me vandaag ongegeneerd noemde, heeft namelijk uit frustratie een doos bonbons gekocht.

Ik laat het gemopper van de receptioniste over me heen komen: “Alweer je pas vergeten? Het eerste kind zit al op je te wachten.” Ik haast me naar mijn spreekuur en zie dat het jochie verveeld om zich heen kijkt. Een ouder is nergens te bekennen. “Ze is het vast vergeten” zegt hij. O, dat begint al lekker, zo gaat het hele spreekuur uitlopen, denk ik pessimistisch. Ik laat hem op de gang wachten, terwijl de receptioniste zijn moeder belt. Als ik het dossier bestudeer, neem ik alvast een bonbon om de dag mee door te komen.

Na ons telefoontje stommelt zijn moeder alsnog, vijf minuten te laat, met een rood hoofd binnen. Ze ziet er niet uit als zo’n carrièretijger die nooit tijd voor de kinderen heeft. Deed zij niet iets met kookboeken of zo? Zij is net zo mollig als ik. Ik ben benieuwd welke naam deze jongen voor zijn moeder zou verzinnen. Laat ik eerst het jochie maar eens goed bekijken. Dan moet ik een beetje lachen, met zijn roze en zwarte sok doet hij me denken aan mijn zoon vroeger. Toen interesseerde kleren hem niet, maar nu staat meneer uren voor de spiegel.

Ik laat aan de jongen zien hoe hij gegroeid is. Heerlijk, eens een kind zonder overgewicht op het spreekuur. Moeder kijkt gespannen mee naar de lijnen. Zoekt ze in de grafiek een bevestiging van wat ze eigenlijk al weet? Ik check de oren en ogen. Dit kind is ook niet hardhorend of bijziend. Als ik naar z’n te korte spijkerbroek kijk zie ik het al: moddersporen en grasvlekken. Dat zou ik vaker willen zien!

Ik stel aan de jongen een paar vragen over zijn gezondheid en gedrag. Moeder bijt op haar roodgelakte nagels. Ze kijkt alsof haar zoon examen doet, maar zij mag niet voorzeggen. Ik stel de laatste vraag. Eigenlijk weet ik zijn antwoord al. “Als je je leven nu een cijfer mocht geven, wat zou dat dan zijn?” “Nou, een tien!” zegt de jongen stralend. De moeder lacht blij verrast: “Geslaagd.” Ik lach met de moeder mee, we hebben meer overeenkomsten dan ik dacht.

Opgelucht stapt de moeder met haar zoon de deur uit. En ik neem vrolijk nog een bonbon uit mijn tas. Wat heb ik toch een leuk werk. Ik laat het volgende kind nog in de gang wachten en stuur snel een appje aan m’n zoon: ‘Hi studerende slungel. Ik moest even aan je denken. O en deze mollige mam geniet van een heerlijk doosje bonbons!’

(Geschreven als reactie op een column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van 20 april j.l. over een bezoek met haar zoon aan de jeugdarts van de GGD)