Home > Opinie > Blog > Blog Elwyze Frijns: Wijze lijders de weg naar leiden wijzen

‘Zóu er een analogie in zitten?’. Een retorische vraag, want de metafoor spreekt moeiteloos tot de verbeelding: het verhaal van de cheetah, waar Dick Verwij zijn voordracht over hoogbegaafdheid in het onderwijs mee introduceert. Cheetah’s kúnnen hard rennen, en voelen zich dan ook het meest eigen wanneer zij dat doen. Maar een cheetah die steeds prooien tegenkomt die beter te vangen zijn zónder vaart te maken, zal zich weinig geroepen voelen om zijn natuurlijke mogelijkheden te benutten. En loopt daarmee risico om zich dermate te onthouden van ervaring hiermee, dat conditie verloren raakt – om zich op den duur verloren te gaan voelen. ‘Is het dan nog wel een cheetah..?’

Met deze vraag opent een verkenningstocht langs uitdagingen waar hoogbegaafde kinderen in hun (school)loopbaan tegenaan kunnen lopen – en de cheetah volgt in gedachten mee. Het paradoxale beeld van een ‘luie sprinter’, die onbedoeld leert beter niet te hard te werken, en problemen beter niet op te lossen maar slim uit de weg te gaan. Met als gevolg: weinig gelegenheid om vaardigheden op te bouwen om een weg te vinden als grenzen opdoemen. Vaardigheden die ooit toch nodig zullen zijn: is het niet op de basisschool of zelfs niet op het middelbaar onderwijs, dan is het wel in een vervolgstudie of verderop in het leven. Ooit zal een beroep gedaan worden op cheetah’s  ‘renkracht’ – en dan valt het vies tegen als het nooit eigen geworden is, of zelfs ongemerkt verloren is gegaan.

Met de reis langs een zevental uitdagingen die volgt, ontstaat voor mijn ogen een nieuwe  metafoor: een grote berg, met pittige heuvels en scherpe bochten die leiden naar z’n top. Een prachtige top, slechts ondenkbaar ver weg. Ver genoeg weg, om als kind alleen nog maar van te hoeven dromen – onderweg naar de eerste heuvel valt immers doorgaans al meer dan genoeg te leren en ontdekken. Anders ligt dat, voor kinderen met (zoals Dick Verwij met een knipoog verwoordt) een ‘afwijking in het intelligentiespectrum’. Voor hen is het essentieel om verder te reiken dan die eerste heuvel, die immers zonder moeite te bereiken is. Op naar die top, dus! Want leren bergbeklimmen, dat is júist wat zo belangrijk is, zo schetst de deskundige. De essentie zelfs, van ontdekken wat geluksbeleving betekent: ervaren hoe krachtig het voelt je grenzen te verleggen en het ondenkbare in het vizier te krijgen.  Belangrijke belevingen, die op den duur met elkaar leiden tot inzicht dat ontmoeting van en geploeter met onbekwaamheden, de weg leidt naar groei. Een wijze van denken op metaniveau, dat de basis vormt voor een ontwikkelingsgerichte levenshouding: een levenswijze, waarbij eigenschappen als creativiteit en doorzettingsvermogen goed van pas komen – precies de eigenschappen die nou net zo kenmerkend zijn voor deze kinderen. Waarbij ze thuis komen bij zichzelf, bij hun natuur – in termen van de cheetah-metafoor: waar ze hun ‘renkracht’ ontmoeten.

Maar die tocht gaat doorgaans niet over rozen. Aan de voet van de berg, komt de eerste uitdaging naar voren: motivatie. Zo’n berg beklimmen is immers alleen interessant, als je begrijpt wat het op kan leveren – en het is niet eenvoudig dat vanuit jezelf voor ogen te krijgen, zeker niet als het voor leeftijdsgenootjes nog een brug te ver is en zij niet mee gaan. Dus is activatie nodig: door hun nieuwsgierigheid aan te spreken, kan motivatie ontstaan. Hier brengt de spreker zijn eerste aanbevolen leerprincipe voor deze kinderen aan het licht: zorgen dat je vooraf uitleg krijgt over het nut van hun inspanningen. Dit faciliteert hun top-down-denken: beginnen met inzicht in de bedoeling, om van daaruit terug te redeneren. Hoewel soms een meer kind-eigen insteek meer soelaas biedt: de weg van motiveren middels beloning. Met als tip van de kenner: zorg dat ze iets mogen láten, zoals een week niet hoeven afwassen.

Eenmaal de eerste stap gezet, komt de volgende uitdaging kijken: frustratie. Aan de helling van de eerste heuvel, op het punt waar het makkelijke en fijne pad voorbij is, en de tocht ‘saai’ en ‘stom’ wordt – oftewel: moeilijk genoeg om af te haken. Hier wordt de voor hoogbegaafde kinderen kenmerkende smalle band tussen ‘te simpel’ en ‘te ingewikkeld’ zichtbaar, die hen van bergbeklimmen weerhoudt. En laat lijden aan de verleiding van problemen vermijden.

Precies hier ligt dan ook het keerpunt waar onze lijders kunnen leren leiden.  Op dit punt, waar ze zich bewust worden van een zekere onbekwaamheid. Het punt waar je wezen moet, om tot leren te komen! Hier brengt de spreker dan ook een tweede leerprincipe naar voren: zorgen voor ‘aanbod’ waar je nog niet bekwaam in bent. Oftewel: uitdaging. Om dan wel meteen de mythe uit de lucht te helpen: moeilijkere materie is geen formule voor succes. In tegendeel, het is een ideaal recept voor frustratie: je bent toch slim, dan hoor je alles toch gewoon te kunnen? Toch?

Opnieuw een retorische vraag. Wederom spreekt de metafoor voor zich:  wie er niet aan denken moet zich in te spannen en de confrontatie aan te gaan om het heuveltje over te komen, zal ook nooit ontdekken hoe het voelt om de top te bereiken. Goed kunnen denken, geeft geen garantie voor leren in de bredere zin van het woord. In tegendeel: sterk zijn in denken, maakt het opdoen van praktische ervaring geen vanzelfsprekendheid. Terwijl ervaringen voor ieder kind, slim of niet, essentieel zijn om verder te komen.

Bij deze eerste heuvel ligt dan ook een grote uitdaging klaar: zelfstandig werken.  Een bijzonder ingewikkelde opgave voor deze kinderen, vanwege de nodige haarspeldbochten in de weg.

Om te beginnen: hiaten. Creatief verzonnen maar omslachtige alternatieve routes waar ze vaak een heel eind mee komen, gaan op een gegeven moment problemen geven. Terwijl de rest van de klas intussen als vanzelfsprekend gebruik heeft leren maken van de aangeleerde strategieën, ontbreken deze in het repertoire van de denker. Hiaten die om opvulling vragen, om de bocht om te komen.

Op weg naar de volgende haarspeldenprik: geheugen.  Hun aanpak van leren middels inzicht in principes, maakt herhalen en oefenen voor hen tot een weinig aantrekkelijke bezigheid. Terwijl het soms gewoon nodig is: om de hellende weg te betreden, moet je nu eenmaal spierkracht opbouwen – en dat lukt weinig effectief door erover na te denken. Een vreemd principe voor deze kinderen, oefenen als doel op zich, dat zich niet zomaar op begripsniveau laat vertalen. Daar brengt de spreker een derde aanbeveling qua leerprincipes in beeld: zorgen dat je bewust wordt dat het zo werkt, dat sommige vaardigheden nu eenmaal alleen door oefening ontstaan. Vergezeld van waardering voor inzet, in plaats van resultaat. Heb je ergens voor gewerkt? Dan heb je het goed gedaan.  

Tenslotte een laatste bocht: samenwerken. Een spannend punt, waar kinderen met hun hoofd vol eigen ideeën en associaties gemakkelijk van uit de bocht kunnen vliegen. Tenzij ze ontdekken hoe ze hun creativiteit en doorzettingsvermogen kunnen benutten in relatie met anderen.

Uit deze haalspeldbochtenreeks, komt misschien wel het belangrijkste leerprincipe van vanavond aan het licht: zorgen dat je– net als alle andere kinderen, maar dan wel op specifieke wijze – begeleiding krijgt, om de weg te vinden naar zelfstandig werken. Het gaat niet vanzelf.

Maar het gáát uiteindelijk wel. Zeker als dan de eerste heuvels beklommen zijn en de bochten genomen, waarmee de weg vrij komt voor de laatste van de serie uitdagingen: overtuigingen. Want met de ervaring dat werken tot nieuwe kracht en energie leidt, ontstaat lef om te geloven dat je zelf verschil kunt maken. Lef om je ‘kan-het-niet’-gedachten te herzien: ‘kan- het-niet-anders’..? En overtuigingen dat je zelf iets tot leven kunt wekken: lef vermeerdert zich letterlijk tot leven.

Met het beeld van de berg op mijn netvlies, kijk ik terug op een inspirerende tocht, die weg voert van verandering van lijden aan probleemvermijding, naar leiden van een ontwikkelingsgericht, spannend en ervaring-rijk bestaan. Wat me op mijn beurt inspireert om mijn weg te volgen op de berg die ik als jeugdarts wil beklimmen: de weg naar de top, waar uitzicht wacht op mogelijkheden om deze kinderen en hun ouders bij te staan in het realiseren van de begeleiding die ze nodig hebben, om te ontdekken hoe ze hun denkkracht, creativiteit en doorzettingsvermogen kunnen benutten om zelf te leren klimmen. Hen te wijzen op hun eigen wijze om lef te ontwikkelen hun eigen leven te leiden.